Categoriearchief: Artikels

op bezoek bij paul pauwels

Image module

Gilles peirs op bezoek bij paul pauwels= mooi en leerrijk artikel

Ik contacteerde Paul zo snel mogelijk, waarbij ik op 18 februari werd uitgenodigd voor een bezoek. Om 14.00u kwam ik stipt aan bij Paul. We gaven elkaar de hand en ik kreeg een rondleiding op zijn toch wel erg indrukwekkende domein. De rondleiding startte bij zijn grootste volière, laat het ons de ‘natuurvolière’ noemen. Dit is een kooi van indrukwekkende grootte waarin de natuur eigenlijk nagebootst wordt, met boompjes, struiken en beplantingen. De natuur gaat daar zijn gang, en de vogels kunnen er in alle rust hun zin doen. Daar kweekt Paul met 5 popjes in. Er werden 46 jongen in gekweekt afgelopen seizoen. Deze volière herbergt dus een hele goede biotoop om vinken in te kweken. Dit in combinatie met het vakmanschap van Paul leidt tot een heel goed resultaat. Al moet gezegd worden dat hij daar maar 15% van zijn totale hoeveelheid jongen in heeft gekweekt. Paul beschouwt deze volière eigenlijk eerder als een onderzoeksmedium. Hij is immers geen gewoon vinkenier met een passie voor kweken. Het gaat net iets verder, ik noem Paul eigenlijk een onderzoeker die er het grootste plezier in vind om verder te denken dat zijn neus lang is. Bovendien is hij gefascineerd door de gedragingen van zijn vogels. De idee van deze imposante volière was eigenlijk een soort experiment om te gaan onderzoeken of vinken die gekweekt worden in de natuur (wat hier toch wel heel goed wordt gesimuleerd) dezelfde levenseigenschappen hebben als diegenen die gekweekt zijn in een meer beschermende box of kweekbak.

Helaas werd zijn experiment onderbroken doordat een boer die naast hem zijn land bewerkt zijn grond had gesproeid met insecticiden en/of pesticiden. U kunt het gevolg wel al een beetje bedenken, beste lezers. De hele populatie in de volière heeft zowaar het leven gelaten. Dit was een klap in het gezicht van Paul, maar bevestigde wel iets wat hij al gedurende een heel lange tijd vermoedde. Namelijk dat het niet zozeer de verstedelijking is die ervoor zorgt dat vogelpopulaties in de natuur uitsterven. Naar zijn mening zijn vogels wel dieren die zich heel goed kunnen aanpassen. Hij haalt het voorbeeld aan van een merel, die eigenlijk bekend staat als een heel schuwe vogel, maar de laatste tijd wel huisvest in de stad. Paul zijn idee is dat een vogel zich wel goed kan aanpassen, en dat niet de verstedelijking de kern is van het wegblijven van diverse vogelsoorten. Maar dat het gebruik van pesticiden en insecticiden, kortom sproeistoffen voor de land -en tuinbouw eigenlijk de grootste boosdoeners zijn hiervoor. Hij motiveerde later zijn antwoord met het feit dat hij dit gedurende zijn jongere jaren ook zag gebeuren toen de vogelvangst nog toegelaten was. Daar zag hij de vogelpopulatie op een kasteeldomein op 1 jaar tijd enorm achteruit gaan door het feit dat het kasteel eigendom was geworden van iemand anders, en daar heel wat natuur werd weggegooid voor fruitteelt. Er waren van het ene op het andere jaar bijna geen vogels meer te bespeuren, ondanks er wel heel wat bomen nog op het domein stonden. Maar er moet wel gezegd worden dat er heel wat sproeistoffen over die teelt werd gesproeid.

Zijn experiment die hij oorspronkelijk voerde heeft hij terug moeten opbouwen, maar hij heeft een hele nieuwe populatie in zijn grote volière moeten laten. Het zal nu wel enkele jaren langer duren dan gepland voordat hij zijn vermoedens bevestigd zal krijgen.

Wij zetten onze tocht doorheen het domein voort naar een andere van de vele reeksen boxen. Dit waren enkele eenvoudige boxen waar Er enkele kweekvogels invlogen. De boxen konden door middel van een sluissysteem gesloten worden tot individuele boxen, nu was het systeem open, wat betekend dat de vogels een vrije vlucht hadden. De boxen waren lichtrijk en luchtig opgesteld, zonder trek in de hand te werken.

We bezochten Ook de oudste volière van Paul. Hierin kweekt hij ook heel veel vogels, een deel van de volière is ook met sluisopeningen, waarbij de poppen kunnen afgezonderd worden in hun box als ze wonen, zodoende dat de man hen niet kan verstoren tijdens dat ze wonen. Een deel van zijn volière is opgebouwd met een zelf gecreëerd sluissysteem. Hierover zal ik in de loop van het artikel meer vertellen. Deze volière bestaat uit twee rijen boxen met daartussen een loopgang. Er werd al volop vinkenzang gespeeld met de cd, dit om de jonge kwekelingen op het juiste pad te krijgen. De cd wordt in combinatie gespeeld met muziek van de radio, dit bevordert het slepen. Aan de ingang van de volière zien we ook twee vluchtjes waarin een leermeester zit die de jongen ook op sleeptouw zal nemen. Daarbij stonden reeds al enkele EK’s opgekooid die ook al naarstig bezig zijn met hun zang te studeren.

Toen passeerden we aan ook een van de oudere volières vlakbij de achterkant van het huis. Deze heeft Paul ook nog niet zo lang geleden ingericht. Dit was oorspronkelijk een grote vlucht, waarin enkele poppen werden gehuisvest. De poppen waren blijkbaar agressief naar elkaar, wat het kweekrendement eigenlijk volledig de grond in boorde. Hij maakte er enkele ruime boxen van. Waarin een man zat met hele korte en mooie zang. Zijn zonen vlogen er nog, bij. Dit systeem van de jongen bij een vader vogel met mooi zang te laten gedurende de winter na de kweek past Paul ook graag toe. Daar belooft hij zich van. Zij hebben feilloos dat zang mee. Er is echter een kanttekening aan de medaille, dat je moet opletten dat je de jonge mannen niet te lang bij hun vader laat. Dit zou ertoe leiden dat de mannen onderling in de clinch gaan met elkaar, met alle pijnlijke gevolgen van dien !

Toen gingen we een kijkje nemen in een van de grotere verblijven, hierin waren 30 kweekboxen op een rij opgebouwd. Hieronder kunt u een foto bezichtigen van deze volière van langs de buitenkant.

Image module

Deze volière was altijd één van Paul’s beste volières. Op heden is dit echter niet meer het geval. Bij de buren stonden altijd een hele rij populieren, met het idee dat deze bomen voor de nodige schaduw en afkoeling zorgden tijdens de warme zomermaanden bouwde Paul deze volière op die plaats. Nu zijn die bomen echter weg, en is ze een deel van haar waarde kwijt. Intelligent als Paul echter is heeft hij voldoende plaats gelaten om bomen te planten achter deze volière. Hij was dus tijdens de bouw op zijn voorzien geweest dat er ooit een dag kon komen dat deze bomen gerooid zouden worden. In de komende weken ging hij nu werk maken van het aanplanten van nieuwe bomen. Zodoende dat hij weer voldoende rendement kon halen uit zijn boxen.

Vervolgens namen wij een kijkje in de volière, Paul had hulp van twee noeste jonge sterke kerels die bezig waren de volière klaar te zetten voor aankomend kweekseizoen. Zij waren ze volledig aan het reinigen en alles aan het afwassen. Deze volière is uitgerust met een systeem dat alle vertrekken van stromend water voorziet. Om meteen een aanschouwelijk beeld op te wekken heb ik uiteraard een foto genomen hiervan.

Hierin wordt een inox potje in een bak gezet die vast is bevestigd in de box. Hierin ligt een rooster, waardoor de vogels niet aan het water kunnen die eventueel blijft staan. Ze moeten dus zuiver water drinken. Onderaan de grote bak is een afvoer geplaatst die het water dat overloopt uit de drinkbak afvoert.  De vogels hebben dus altijd vers stromend water. Door de stroming wordt eventuele vervuiling ook grotendeels afgevoerd, dit omdat het een fijne vrij krachtige straal is die uit het buisje loopt.

Image module

Zoals hierboven al is aangehaald zijn deze boxen ook uitgerust met een door Paul zelf bedacht systeem om de man bij de pop te laten. Ik heb daar uiteraard ook een foto van gemaakt.

De man vliegt rond boven de gang (wordt uiteraard afgesloten daarom ziet u de balkjes liggen boven de gang). Hij kan dus vrij rondvliegen, en als het ware gaan kijken welke pop paarrijp is. Dit is een heel efficiënt systeem dat heel wat voordelen met zich meebrengt. De man wijst zelf de pop aan die hij wil gaan trappen, ook moet je de man nooit in de hand nemen om te versteken. Als de man het goed gewoon is vindt hij ook pijlsnel de weg die hij moet nemen. Het luikje wordt dan uiteraard weggetrokken en zo heeft de man toegang tot de box waar een kweekpop in is gehuisvest. Paul rust al zijn boxen hiermee uit omdat hij daar heel erg tevreden mee is.

Image module

Toen we naar en ander kweekgedeelte op het domein liepen haalde Paul een nestgelegenheid boven waar hij heel graag mee kweekt. Onderstaande foto illustreert deze.

Image module

Hij legde de werking uit De nestgelegenheden worden opgehangen in de boxen ( ook in bakken gebruikt hij dit systeem, later in dit artikel meer hierover). Het grote gat vooraan is voor de kweker, om het nestmandje te kunnen uitnemen. De pop kan onderaan naar haar jongen. Ook bovenaan kan zij door dat gat in het houten plankje naar binnen gaan. Dit gat in het houten plankje is ook een uitvinding van Paul. Hij ondervond dat de jongen uit bijvoorbeeld de tweede ronde heel graag aanwezig waren rond de nestgelegenheid, en soms kwaad deden aan hun jongere broers en zussen. Om dit euvel weg te werken plaatst hij dan een rond houten deksel bovenaan in de plank. De oudere jongen zijn nog geen stabiele vliegers en vinden nog hun weg niet om via de onderkant het nest te gaan storen. De moederpop ondervindt hier echter geen problemen mee en kan vlot haar jongen opbrengen zonder gestoord te worden van haar oudere zonen en dochters. Het systeem is gebaseerd op het systeem dat hij heeft leren kennen van Jaco Van Nevel.

Vervolgens liepen wij naar de nieuwe volière van Paul, dit is eigenlijk een gerenoveerde volière dat een upgrade gekregen heeft met Pauls nieuwste verbeteringen die hij zelf heeft bedacht. Hieronder een ruimtefoto van binnenin de kweekruimte.

Image module

Merk wel op dat er nog een sluissysteem moet worden ingevoerd, dit is een werkje voor in de komende weken. U merkt vooral de voederbakken op, en het systeem met het plexiglas. Laat ik aan onderstaande detailfoto eerst even de voederbakken uitleggen.

Image module

De vogels eten zaden en kweekvoeder doorheen de draad dat u ziet. In de bak is dezelfde draad bevestigd met een ruimte eronder om het etensafval op te vangen. Als het schuifje in plexiglas weggetrokken wordt komt een ruimte bloot waarin levende wormen kunnen worden aangeboden. Deze bakken bieden naast een hogere hygiëne ook het voordeel dat je geen deuren moet openmaken om te voederen. Want als je deuren moet openmaken krijg je nogal vrij snel te maken met het feit dat de jongen in de gang rondvliegen. Waardoor je op de duur meer werk hebt met achter de vogels te lopen, dan met ze te voederen. Zo zijn ze uiteraard ook minder opgejaagd, dit is nogal evident. In de periode van de rui kan dan een bad worden aangeboden op de plek waar er andere levend voer aangeboden wordt.

Image module

Het tweede bijzondere aan het systeem is de plaats waar de nesten worden opgehangen. Hiervan heb ik ook een foto genomen die ik jullie zeker niet wil onthouden. Want het is echt wel een heel handig systeem.

De nesten zoals hierboven in een foto zijn geïllustreerd worden opgehangen achter een verschuifbaar plexiglas. De nesten zijn heel toegankelijk, en men moet het kweekgebeuren niet verstoren door in de kweekruimte te gaan lopen. Er zijn aan de linkerzijde en de rechterzijde een mogelijkheid gemaakt om een dergelijk nest op te hangen. Daartussen ziet u ook nog een stukje plexiglas. Daarachter wordt het nestmateriaal gestopt. Hierdoor heb je minder afval dat op de grond en in de voeding slingert, daar waar het voor problemen kan gaan zorgen.

Daarna gingen we naar de ruimte(s) kijken waar Paul kweekt in kweekbakken. Dit doet hij ook al gedurende jaren met succes. Zijn systeem is eigenlijk zeer eenvoudig maar efficiënt. Het nestsysteem is net hetzelfde als inde boxen. Tussen twee ruime kweekbakken zit een kleinere bak gemonteerd. Deze kleinere bak is dan voor de man. Deze man kan worden versluisd naar een linkse en een rechtse pop. Voordelen zijn dat je de mannen niet moet in de hand nemen, en dat je ze efficiënt kan gaan afzonderen van de broedende poppen. Hierin kweekt Paul ook al jaren met een vrij groot succes. Bijkomend voordeel aan het bakkensysteem is dat er in de winter speelvogels kunnen in gehuisvest worden. De kleine bak fungeert dan als badkooi, waarbij uiteraard de linkse en rechtse man afzonderlijk in het badgedeelte kunnen gezet worden. Dit ook zonder ze in de hand te nemen. Dit is interessant omdat het woongedeelte niet nat wordt. De kleine kooi is voorzien van een plastic bodem, hierdoor heeft men geen vochtproblemen die voor schade kunnen gaan zorgen in de middelste kooi. Duurzaamheid verzekerd!

Image module

Daarna gingen we op zolder een kijkje nemen, daar waar hij een volledig bovenverdiep boven zijn garage heeft uitgerust met zoldervolières. Hiermee toont hij graag aan dat je met een beperkte ruimte altijd wel iets kan doen als je ook maar wil kweken.

De foto die ik heb genomen illustreert zijn puik uitgewerkt systeem. Bemerk dat het sluissysteem, de voederbak en de nestgelegenheid telkens terug komen. Ook is de zolder voorzien van een mooie natuurlijke verlichting. Ook kan hij kunstlicht geven als hij dat wil. Op diezelfde zolder waren nog enkele kleinere vluchten gemaakt, deze zijn lager bij de grond. Kweken hierin is geen prioriteit, maar als de poppen willen houdt hij ze niet tegen. Ook hier worden jongen in grootgebracht. Maar meestal zijn het reservepoppen in onder gebracht.

U ziet mensen ook voor personen (daarbij reken ik mezelf ook) die geen plaats hebben voor uitgebreide buitenvolières en boxen de hoop om te kweken ook niet verloren is. Waar een wil is, is een weg en dat illustreert Paul hier. Via beeldmateriaal en beschrijvingen probeer ik een zo goed mogelijk beeld te maken van hoe men kan kweken in een beperkte ruimte.

Hierna liep de rondleiding op zijn einde, en namen we plaats in de keuken van de mooie woonst van Paul en zijn eega. Ik mocht er genieten van een lekkere kop koffie en gebak. Waarbij we nog samen een tijde hebben gepraat. Ik stelde hem ook wat vragen met het oog op een artikel. Van dit gesprek ga ik ook nog enkele zaken neerschrijven. Ik wist dat Paul heel wat vinken heeft gekweekt afgelopen seizoen, maar ik wist niet hoeveel. Het exacte cijfer is 308 jongen op stok, en dit met een 100-tal poppen. Hijzelf zegt dat dit dan wel een groot aantal is maar als je het statistisch bekijkt dat dit eigenlijk best wel te relativeren valt. Ik hoor dat Paul duidelijk gemotiveerd is om zijn kweekrendement nog te gaan verhogen. De meeste van zijn gekweekte vinken zijn mutaties. Hijzelf ontkent echter niet dat de terugkoppeling naar de wildkleur heel belangrijk is, en dat men met goede splitvogels moet gaan kweken wil men krachtige en goede jongen op de wereld brengen. Paul kweekte zijn eerste vinken rond 1968, bijna 50 jaar geleden dus! Het ging voor hem ook niet van een leien dakje, maar eens hij vertrokken was ging het wel alsmaar beter en beter. In het begin was hij uiteraard wel aangewezen tot het kweken van vogels die heel nauw bij de natuur stonden. Generaties verder zijn de vogels op heden veel meer gedomesticeerd, en ondervind hij toch al dat de vinken makkelijker kweken dan vroeger. Ze zijn tammer geworden, en dat is een groot voordeel voor ons kwekers vindt hij. Van die 50 jaar kweekt hij nu ongeveer 25 jaar mutaties.

Plots kwam Paul opdraven met een roostertje vervaardigd in muggengaas. ”Dit gaan we in de toekomst meer en meer nodig hebben” ,verklaarde hij. Volgens hem zijn er heel wat vogels, ook in gevangenschap overleden door een soort uitheemse mug. Hij had hiervan gehoord en gelezen en hoorde in de zomerperiode dat er heel wat vogels bij vrienden van hem gestorven waren. Dit allemaal binnen eenzelfde tijdspanne. Velen van hem gingen ten rade bij een dierenarts, deze stond ook voor een dilemma, uiterlijk was er niks aan de hand met deze vogels. Ook innerlijk werd niks aangetroffen. Waren zij gestoken door een soort mug? Wie zal het zeggen? Paul is er echter van overtuigd dat wij onze vinken in de toekomst meer zullen moeten gaan beschermen tegen muggen. Hij is er dan ook mee bezig om zijn kooien te gaan voorzien van een muggengaas in de toekomst, zodat muggen en ongedierte onmogelijk nog bij de vogel zullen geraken.

Ik ondervind dat Paul heel frequent met een zekere heimwee terugkijkt naar zijn vogel Raket van jaren geleden. Deze vogel was toen al een splitvogel voor agaat. De vogel zong heel mooie getallen, maar werd vooral gebruikt om te kweken. Heel wat van zijn goed stammen komen uit deze vogel. Paul zegt zelf dat moest hij er niet mee hebben gekweekt hij nog veel mooiere getallen uit die vogel gehaald zou hebben. In het bijzijn van zijn vrouw werd een leuke anekdote verteld. De vogel stond in de woonst, en toen zijn vrouw aan het stofzuigen was kwam de kabel onzacht in aanraking met de speelkooi. Waardoor deze kooi heel eventjes op zijn zijde heeft gelegen. Alles werd vlug weer hersteld, en Paul ging op zondag nietsvermoedend met die vogel gaan spelen. Toen hij thuiskwam was zijn vrouw net iets enthousiaster om te vragen hoe hij die dag had gespeeld. Gelukkig speelde Paul die dag de eerste met dik door de 800 liedjes. Ze hebben er achteraf eens goed mee gelachen …

Paul heeft al heel wat goede vogels gekweekt, maar een speler is hij eigenlijk niet. Deels door tijdgebrek, en omdat hij heel graag kweekt, en onderzoek doet op zijn vogels. Hij houdt van sterke snelle vogels, en vertelt mij dat een goede vogel dat bij een vogel staat die veel trager zingt, ook trager zal gaan zingen. Hij neemt als het ware ook de gewoonte over van zijn buurman. Dit argument versterkt hij naar een terugkoppeling naar de vroegere vangstperiode. Waarbij er ook in bepaalde streken heel wat goede en snellere vogels werden gevangen dan in andere streken. Hij vertelt dat dit zich bleef herhalen. Uiteraard weet hij ook dat dit grotendeels met genetica heeft te maken. Maar naast dit ziet hij daar toch het feit in dat vogels die in hun omgeving snelle vogels horen, een grotere kans maken om ook meer snelheid te hebben. Uiteraard moet het totaalplaatje kloppen om een supervogel te hebben, maar bepaalde zaken kan men toch zelf in de hand werken. Hiermee wordt eigenlijk ook geduid op het feit dat men moet gaan selecteren, en zoveel mogelijk de mindere goden wegfilteren. Ik denk dat ieder vogelliefhebber dat het goed wil doen in zijn hobby het hierover eens is.

Eén keer dacht hij aanspraak te kunnen maken op de titel van kampioen van België, jaren geleden in Kuurne. Hij had een hele snelle kamper, die de eigenschap bezat op het einde nog een ‘jump’ te hebben, en nog wat sneller te zingen dan zijn eerste half uur. Na een zekere tijd lag hij een 90-tal liedjes voor op zijn dichtste belager, de eigenschappen van zijn vogel in het achterhoofd kon een titel hem niet meer ontsnappen. Niks bleek minder waar toen de vogel stilviel, er stond slechts één rij boompjes op het parcours, en daar had hij mee te maken. Paul was zo eerlijk om het volgende te zeggen: ” Je ziet dat ik niet echt 100% met het spelen bezig was, moest dit zo geweest zijn ging ik het parcours gaan verkennen zijn, en ging me dit niet overkomen.”

Paul is een grote voorstander van het kampioenschap van België en vind dat dit een evenement is waaraan iedereen die de mogelijkheid heeft zou moeten deelnemen. Hij geeft complimenten aan de vele organisatoren, en is lichtjes ontgoocheld dat veel liefhebbers deze hoogdag voor de vinkensport links laten liggen. Zelf is hij al jaren sponsor van de trofeeën van het kampioenschap. Zelfs in tijden dat hij zijn huis aan het bouwen was bleef hij niet weg van het nationaal kampioenschap. Om dan tegen 12.00u terug naarstig verder te werken aan de opbouw van zijn woonst.

Ook heeft hij jarenlang grote zettingen gegeven, ooit gaf hij een zetting met maar liefst 369 vogels! Toch wel al een indrukwekkende rij vogels.

Doorheen ons gesprek laat Paul ook duidelijk merken dat hij grote voorstander is om de vogels een goede voeding aan te bieden. Hij pleit ervoor dat wanneer men sterke en krachtige vogels wil men goed moet voederen. Dit is de beste optie naar een lange levensduur volgens hem. Eerlijkheidshalve moet ik toegeven dat ik dit eigenlijk alleen maar kan beamen. Hij biedt zoveel mogelijk natuurproducten aan en werkt ook seizoensgebonden als het gaat om groenvoer. Hij prefereert ook verse eieren als het gaat om eivoer. Ook het zo lang mogelijk verstrekken van dierlijk levend voedsel vindt hij belangrijk.

Beste liefhebbers als jullie lezen dat Paul zo’n populatie vinken heeft dat deze man al reeds geruime tijd aan het genieten is van zijn pensioen, en zich zo bezig houdt met zijn vogels. Dit kan echter dik tegenvallen, want ik heb Paul zelf eigenlijk nog niet echt voorgesteld in dit artikel. Paul is een zelfstandig vloerlegger die 68 leeftijdsstreepjes achter zijn naam heeft staan. Hij gaat nog elke dag met het grootste plezier vloeren leggen. Hijzelf zegt dat hij beetje per beetje aan het minderen is met zijn activiteit als vloerlegger, maar als ik hoor hoeveel uren hij nu nog klopt heeft hij nog altijd de gedrevenheid en de allure van een enthousiaste starter! Veel jonge ondernemers mogen gerust zijn voorbeeld volgen! Naast deze activiteit als tegellegger heeft hij eigenlijk nog een hele dagtaak aan zijn vogels. Gelukkig helpt zijn vrouw hem hierbij, en krijgt hij de volle steun van haar. Zij is zijn rechterhand, en aan het horen zal je haar ook niet veel wijsmaken als het om de vogels gaat! Achter iedere sterke man staat immers een minstens even sterke vrouw. Ik kan enkel maar mijn hoed afdoen voor hetgeen Paul gedurende zijn loopbaan heeft gerealiseerd! Hij is bovendien een persoon die gefascineerd is door vogels, en tot op de dag van vandaag ondanks zijn toch wel omvangrijke succes niet bij de pakken blijft zitten en nog steeds op onderzoek gaat. Paul is heel open als het gaat om vraagstelling, en is bovendien een bijzonder intelligent man.

Doorheen het gesprek gaf Paul nog enkele tips mee, maar die ga ik behandelen in een volgend artikel. Hierdoor is dit artikel net iets minder groot, al zullen deze tips niet van de omvang zijn van dit artikel. Dit hoeft echter ook niet want een goeie tip hoeft niet al te lang te zijn om efficiënt te zijn. Als er maar liefhebbers mee zijn geholpen!

Bij deze wil in Paul en zijn eega bedanken voor de hartelijke ontvangst, en het feit dat hij meteen enthousiast was om me stof te geven voor een artikel. Bedankt Paul en tot later!

Zo beste liefhebbers, ik hoop dat jullie genoten hebben van dit lange interview, en ik hoop ook dat jullie enkele tips hebben kunnen meenemen. Indien er nog vragen zijn over bepaalde systemen kan je dit altijd vragen aan Paul. Hij is immers een zeer toegankelijk persoon en staat graag klaar om iemand op weg te helpen!

Gilles Peirs

artikel corona 20/03/2020

Beste vrienden , liefhebbers

even geen vinkeklapke zoals we gewoon zijn op deze site.

maar een item wat bij iedereen over de tongen gaat:

in deze Corona crisis waar we ons nu in begeven weerklonk deze middag een applaus langs de straten voor de helden uit de zorg, voor de huisartsen,verpleegkundigen en laboranten die zich dag en nacht uit de naad werken.voor de poetsploegen in de ziekenhuizen , voor de mensen in warenhuizen , kortom voor iedereen die alles geeft om het corona virus te bestrijden.

deze morgen klonk op alle radiozenders om 8u45 overal hetzelfde lied “you’ll never walk alone”

mooi hoe je ziet hoe die solidariteit bij iedereen spontaan naar boven komt, het doet aan allen deugd om te weten te beseffen dat ze er niet alleen voor staan.

samen moeten we deze crisis verslaan!

veel sterkte aan deze die getroffen zijn door de virus.

draag allen zorg voor uw naasten en familie

genieten van onze vinkjes zal voorlopig van in ons kot moeten gebeuren 😉

Afbeelding kan het volgende bevatten: vogel

kweekmethode botvinken mooie uiteenzetting van philip vancauwenberghe

1/14
Onze kweekmethode (botvinken) uitgelegd van A tot Z
Onder impuls van een aantal vrienden-vinkeniers ben ik ‘Philip Vancauwenberghe’ samen met vader ‘Roger’, in het jaar 2001 gestart met het kweken van botvinken. Ondertussen hebben we er reeds 18 kweekseizoenen opzitten. In die vele jaren hebben we samen reeds veel mooie momenten beleefd. Maar zoals dat nu eenmaal gaat bij de vinkenkweek, zijn er ook dikwijls “triestige” dagen geweest. Het ene moment loopt alles als een trein en leef je op een wolk, maar dan plots slaat weer eens het noodlot toe en sukkel je van de ene ontgoocheling in de andere. Dit met de nodige stress en kopzorgen als gevolg. Ik moet echter wel zeggen dat over al die jaren heen, globaal gezien de positieve momenten altijd wel de negatieve hebben overheerst. Deze hobby heeft ons dan ook al heel wat voldoening geschonken. Ik ben dan ook de betreffende vrienden-vinkeniers die ons de “initiële aanzet” hebben gegeven, namelijk mijn schoonbroer Dirk Van Luchene en goeie vriend Antoine Baelen, nog altijd heel dankbaar. Tevens wil ik zeker en vast ook mijn vader ‘Roger’ bedanken. Hij is de man achter de schermen die tijdens de kweekperiode een groot deel van het werk op zich neemt. Ikzelf werk namelijk in Brussel en ben de meeste dagen 12 uur weg van huis. Zonder mijn vader zou het dan ook praktisch onmogelijk zijn om alles in goeie banen te leiden. Tevens een woordje van dank aan mijn vrouwtje Mia, die me al die jaren al zoveel uren heeft moeten missen, omdat ik weeral eens bezig was met de ‘vinken’. Door het behalen van vrij goede kweekresultaten, krijgen we regelmatig vragen. Om te vermijden dat we telkens weer opnieuw alles van begin tot einde moeten uitleggen, ben ik op het idee gekomen om een naslagwerk te schrijven, waarin onze manier van werken van A tot Z uit de doeken wordt gedaan. Alvast veel leesplezier!
Behaalde kweekresultaten
Vooraleer te starten met de beschrijving van alle details omtrent onze kweekmethode, eerst even kort een overzicht van de tot hiertoe behaalde kweekresultaten. Tijdens ons eerste kweekjaar in 2001, lukte het om met 2 kweekpoppen, 11 jongen op stok te krijgen. Voor een ‘eerstejaars’-kweek was dat alvast geen slecht resultaat. Het 2de kweekjaar werd met 4 poppen gekweekt en op het einde van dat kweekseizoen hadden we 31 jongen op stok. In 2003 werd de kweekmethode nog wat bijgesteld en de resultaten bleven niet uit. Met 4 kweekpoppen slaagden we erin om 53 jongen op stok te krijgen. En zo ging het door. Jaar na jaar werd telkens het kweekseizoen afgesloten met een mooi aantal jongen. Slechts één jaar lukte het totaal niet. Dat was 4 jaar geleden in 2015. Toen ging door omstandigheden bijna alles mis en kregen we met onze 4 kweekpoppen slechts 5 jongen op stok. Even stonden we terug met beide voeten op de grond. Tijd om even te bezinnen en na te denken waar het toen misliep en hoe we onze kweekmethode nog wat robuuster konden maken. En jawel met een aantal kleine aanpassingen, lukte het in 2016 opnieuw om met 4 poppen, 29 jongen op stok te krijgen. In 2017 waren dat er 49 en dit jaar 38. De kweektrein is dus na het mindere kweekseizoen van 4 jaar geleden, weer op snelheid gekomen. Op die ganse periode van 18 jaar kweekten we met gemiddeld 4 ingezette kweekpoppen per kweekseizoen in totaal 569 jongen, waarvan 311 mans en 258 poppen. Omgerekend in percentages betekent dit 54,7 % mans en 45,3 % poppen.
Inhoud van dit naslagwerk
In dit naslagwerk zal ik het onder andere hebben over (1) de huisvesting, (2) de nestgelegenheid, (3) het gebruikte nestmateriaal, (4) de voeding, (5) het koppelen, (6) de broedperiode, (7) het ringen, (8) het afzonderen van de jongen, (9) het paringsrijp krijgen van de kweekpoppen, (10) het bijhouden van kweekgegevens, (11) mijn visie omtrent het kweken van ‘kampers’ en als laatste hoofdstuk: (12) hoe ongewenst ongedierte, zoals mijten voorkomen.
In dit werk beperk ik me enkel en alleen tot de beschrijving van onze eigen manier van werken en geef ik dus enkel een overzicht van de producten die wijzelf gebruiken. Het spreekt voor zich dat tevens andere methodes en het gebruik van andere producten (van andere producenten) alvast ook tot een goed kweekresultaat kunnen leiden.

  1. De huisvesting
    Kweek in gescheiden vluchtjes
    Het kweken bij ons gebeurt in vluchtjes. Deze vluchtjes zijn ondergebracht in een omgebouwde houten constructie die vroeger nog dienst heeft gedaan (bij wijlen mijn schoonvader) als serre. Binnen de globale ruimte van 6m30 op 3m20, zijn een aantal kleine vluchtjes naast elkaar gemaakt. In totaal zijn er 7. Deze hebben als
    2/14
    afmetingen: breedte 0m87 en diepte 2m28. De hoogte in het midden is 2m26 en de hoogte achteraan is 1m60. Het geheel is volledig overdekt met wit-verlakte aluminiumplaten. De zijkanten en de achterkant van de globale constructie zijn tevens met dezelfde metalen platen afgewerkt. De witte kleur heeft als voordeel dat felle zonnestralen worden weerkaatst en op deze manier de warmte minder wordt geabsorbeerd. Dit kan in volle zomer bij uitzonderlijk warm weer een groot voordeel zijn en vermijden dat het in de vluchtjes te warm wordt. De voorkant van onze kweekvolière is naar het zuiden gericht en is afgewerkt met doorschijnende plastieken golfplaten. Op deze manier wordt gezorgd voor de nodige lichtinval. In volle zomer worden wel een 2-tal plastiekplaten verwijderd. Dit om zo voor wat meer ventilatie te zorgen en de temperatuur binnen in de boxen onder controle te kunnen houden.
    Aan de binnenkant van onze kweekvolière zijn zowel het plafond, de zijkanten als de achterkant afgewerkt met houten triplexplaten. Tussen de triplexplaten en de wit-verlakte alu-platen is er een ruimte van circa 7 cm. In deze ruimte kan de lucht vrij circuleren. Deze circulatie draagt er tevens toe bij dat in volle zomer de temperatuur binnenin draaglijk blijft en er minder kans is op sterfte van de jongen ten gevolge te hoge temperaturen.
    In die 18 kweekseizoenen hebben we slechts eenmaal jongen dood gehad ten gevolge van de warmte en dat was op de beruchte ‘zwarte vrijdag 27 juli’ van het laatste kweekseizoen. Toen werd het bij ons, gemeten onder thermometerhut, maar liefst 38 graden en was er geen uitkomen meer aan. Alle 9 jongen van de laatste ronde die op dat moment tussen de 3 en 5 dagen waren, stierven in hun nest. Laat ons hopen dat dergelijke extreme temperaturen in de toekomst uitblijven, want deze zijn zowel voor mens als voor dier geen goeie zaak.
    Optimaal benutten van de lichtinval
    De triplexplaten gebruikt voor de binnen-afwerking zijn volledig in het wit geschilderd. Op deze manier wordt de natuurlijke lichtinval optimaal benut.
    Bodem in beton
    De bodem is volledig in beton. Voordeel is dat hierdoor ongedierte zoals muizen en ratten minder kans maken om binnen te geraken. Nadeel is echter wel dat er geen begroeiing of beplanting in de kweekboxen aanwezig is.
    Bruin schelpenzand als bodembedekker
    Als bodembedekker gebruiken we bruin schelpenzand. In dit schelpenzand vinden de kweekpoppen volgens mij zaken die de aanmaak van de eierschalen bevorderen. Je moet maar eens zien hoe een kweekpop, die aan leg toe is, na het verversen van het schelpenzand als een bezetene op de grond rondloopt en vlijtig rond zich heen pikt. Op het moment dat de poppen aan leggen toe zijn, drijf ik dan ook de regelmaat van het verversen van dit schelpenzand wat op.
    Beperk het aantal gebuikte boxen!
    Aan de voorkant van de kweekboxen is een gang voorzien die de toegang tot de boxen vergemakkelijkt.
    In totaal zijn er zoals reeds eerder vermeld 7 boxen. In 4 daarvan zit een kweekpop (box 1, 3, 5 en 7). De overige 3 boxen hou ik vrij als ‘speel’-ruimte. Deze ‘speel’-ruimte wordt onder andere gebruikt voor het afzonderen van de kweekman of als extra ruimte voor als er jongen uitvliegen of als tijdelijk verblijf om de pop even af te zonderen als er iets moet gedaan worden in haar box (eitjes schouwen, jongen ringen, proper maken box, enz.). Bij een pop die bijvoorbeeld 5 pas-uitvliegende jongen heeft en ondertussen reeds begonnen is aan een volgende ronde, stel ik indien mogelijk, op dat moment 1 of 2 extra boxen ter beschikking. Zo wordt tijdelijk extra ruimte gecreëerd en kunnen de jongen zich wat meer verspreiden. Dit verlaagt de kans dat ze het pas gebouwde nieuwe nest gaan bevuilen en de pop storen. Dit systeem van werken (vrije boxen als speelruimte) biedt dus heel wat mogelijkheden. Het voorkomt alvast veel onnodige stress voor zowel de kweekpoppen alsook voor de kweker zelf. Uiteindelijk gaat het hier om een hobby en is het toch wel de bedoeling dat het een beetje leuk blijft. Met onze 7 boxen zouden we kunnen opteren voor het inschakelen van meer dan 4 poppen. Maar dat doe we bewust NIET. Het zou ons alleen maar meer stress en problemen bezorgen. En misschien zouden we op het einde van het kweekseizoen zelfs minder jongen op stok krijgen, ten opzichte van de aantallen die we nu ieder jaar halen met onze 4 poppen, die zonder al te veel stress hun ding kunnen doen.
    Elkaar niet zien = minder stress
    3/14
    De boxen zijn zoals reeds eerder vermeld, gescheiden door middel van “triplex”-platen. Op deze manier kunnen de kweek-poppen elkaar niet zien. En ‘elkaar niet zien’, betekent terug minder stress en terug een toenemende kans op een succesvolle kweek.
    De zitstokken
    Onze zitstokken zitten vastgeklemd in pvc-buisklemmen. Hierdoor zitten ze alvast stevig vast. Dit is belangrijk, want tijdens de paring moeten de kweekpoppen zich goed kunnen vasthouden. Als de stokken los zitten kan dat als gevolg hebben dat de paring niet perfect verloopt met een slechte bevruchting als resultaat.
    Door met die buisklemmen te werken is het ook heel eenvoudig om de zitstokken los te maken en even te verwijderen. Dit vergemakkelijkt het reinigen en ontsmetten. Als een pop met jongen zit, is het regelmatig proper maken van de zitstokken een noodzaak. De poppen droppen namelijk meestal de uitwerpselen van de nest-jongen op de zitstokken. Gemakkelijk uitklikbare zitstokken is dus zeker op dat moment een groot pluspunt.
    Het superbelangrijk schuifdeurtje
    Achteraan de houten wanden (ter hoogte van de achterste zitstok) is een schuifdeurtje voorzien. Dit schuifdeurtje kan gemakkelijk opgetrokken en terug neergelaten worden via een touwtje dat uitmondt in de gang vooraan de kweekboxen. Dit schuifdeurtje is superbelangrijk. Het laat onder andere toe om op een heel eenvoudige manier de koppeling van de poppen met hun respectievelijke kweekman te laten gebeuren.
    Vereenvoudig het voederen
    Vooraan in iedere box is tevens een voederplankje voorzien dat via een klein valdeurtje gemakkelijk toegankelijk is. Zo is het mogelijk om op een snelle en efficiënte wijze, zonder telkens de box te moeten binnengaan, vers voedsel te verschaffen (wat tijdens de kweekperiode een dagelijks karwei is).
    Tevens is er onderaan een extra deurtje voorzien om gemakkelijk het drink- en badwater te kunnen verversen. Kleine details die ervoor zorgen dat het binnengaan in de boxen tot een minimum wordt beperkt en de pop in alle rust haar ding kan doen.
  2. Nestgelegenheid
    Houten kweekbakjes en stenen potjes
    Als nestgelegenheid worden in de kweekboxen houten kweekbakjes opgehangen. Dit zijn in de handel aangekochte bakjes waaraan ik een aantal kleine aanpassingen heb gedaan. Zo heb ik de zijkanten gedeeltelijk uitgezaagd om wat meer lichtinval te voorzien en op de voorkant van de kweekbakjes heb ik een klein zitstokje bevestigd.
    4/14
    In deze kweekbakjes wordt een stenen nestpotje gehangen waarin een passend kokosmandje met een dun ijzerdraadje wordt vastgemaakt. Ik ben voorstaander van stenen potjes omdat die minder luchtdoorlatent zijn en zo het eventueel te droog worden van de eitjes kan vermeden worden. Tweede voordeel is dat je die potjes gemakkelijk kunt uitnemen om bijvoorbeeld de eitjes te schouwen of de jongen te ringen.
    Twee kweekbakjes per box
    Per box voorzie ik telkens 2 van deze kweekbakjes. Zo kan het veranderen van nestlocatie voor een volgende ronde gemakkelijk gebeuren. De nestbakjes worden opgehangen ter hoogte van de hoogste zitstok.
    Hou rekening met voorkeur van de poppen
    Vroeger werd zowel links als rechts in de box een bakje gehangen. Ik heb echter vastgesteld dat bijna altijd bij alle poppen het bakje aan de linkerkant de voorkeur kreeg. De laatste jaren hang ik dan ook enkel nog nestbakjes aan de linkerkant. Waarschijnlijk heeft de keuze van de poppen (om altijd aan de linkerkant hun nest te bouwen) iets te maken met het optimaal benutten van het licht van de opkomende zon vanuit het oosten. De voorkant van de boxen is naar het zuiden gericht en hierdoor is de lichtinval op de locatie van de nestbakjes meest optimaal de eerst helft van de dag. Dit fenomeen is alvast geen exacte wetenschap, maar iets dat ik door de jaren geen heb vastgesteld en toch even wil vermelden.
    Een van mijn huidige kweekpoppen die 3 jaar oud is, weigert steevast om te veranderen van locatie voor haar volgende ronde. Ze wil dus altijd terug op identiek dezelfde plaats haar nieuw nest bouwen, niettegenstaande dat het 2de bakje slechts 30 cm verderop hangt. Bij deze pop wissel ik altijd de bakjes om als de jongen 7 a 8 dagen oud zijn. Zo heeft ze altijd op tijd een vers nestbakje op de plaats waar ze haar volgende ronde zal aanvatten. Het verplaatsen van het nestje met de jongen geeft tot nu toe nooit problemen gegeven. De pop blijft telkens de jongen verder voederen.
    Wanneer de nestbakjes voorzien
    Begin maart worden de nestbakjes opgehangen in de vluchtjes en tevens wordt op dat ogenblik tevens het nestmateriaal verschaft.
  3. Het nestmateriaal
    Wat betreft het nestmateriaal hou ik het simpel. Ik voorzie twee soorten ‘SISAL’-nestmateriaal. De ene soort bevat wat grover nestmateriaal en de tweede soort bevat fijnere bestanddelen zoals dierenhaar. Het grovere nestmateriaal wordt door de kweekpoppen gebruikt voor de ruwe opbouw van het nest en het fijnere nestmateriaal wordt eerder op het einde gebruikt voor de afwerking van het nest.
    Metalen korfjes
    Het nestmateriaal wordt verschaft in metalen korfjes die worden bevestigd aan de volièredraad vooraan in de box. Juist onder de korfjes bevindt zich een houten plankje, van waarop de kweekpop in alle rust uit het voorgeschotelde aanbod haar keuze kan maken.
    Nestmateriaal dat op de grond terechtkomt, en er te lang blijft liggen, zal indien het te sterk bevuild is, niet meer gebruikt worden door de pop. Op regelmatige tijdstippen wordt het gevallen nestmateriaal dan ook terug in de korfjes gestopt, om zo een te sterke bevuiling te voorkomen. Op deze manier vermijd je dat er te veel nestmateriaal verloren gaat.
    In de diepvries ermee
    Vooraleer ik nieuw aangekocht nestmateriaal in gebruik neem, stop ik het altijd eerst een paar dagen in de diepvriezer. Het invriezen zorgt ervoor de al het eventueel aanwezige ongedierte zoals mijten, luizen, neten, enz. vernietigd wordt en zo achteraf geen schade kan teweegbrengen in de kweekboxen. Ik zeg altijd … ‘beter voorkomen dan genezen!’ Om te vermijden dat bij het invriezen het nestmateriaal vocht zou opnemen, wordt alles goed luchtdicht verpakt in een goed afgesloten plastieken zak.
    5/14
  4. De voeding
    Wat de voeding betreft, maken wij een onderscheid tussen 3 verschillende periodes. Deze zijn de ruiperiode, de rustperiode en de kweekperiode. Om de kans op een geslaagde kweek te verhogen is het van belang om voor elk van deze periodes een aangepast voedingsschema te hanteren.
    Het is dus zeker niet voldoende om alleen tijdens de kweekperiode extra aandacht te besteden aan de voeding, maar tevens tijdens de rui- en rustperiode moeten we doelgericht te werk gaan. We moeten immers onze kweekvogels in perfecte conditie en topfit aan de startlijn van het kweekseizoen brengen. Vogels die in minder goede conditie het kweekseizoen moeten aanvatten, zullen nooit de verhoopte kweekresultaten halen.
    Eigenlijk wordt het welslagen van een volgend kweekseizoen reeds voor een groot deel bepaald op het moment dat de kweekvogels aan het ruien gaan. Op dat moment hebben ze (en dit vooral de kweekpoppen) een heel zwaar-belastend kweekseizoen achter de rug, en daar bovenop hebben zo op dat moment tevens een energie-slopende ruiperiode voor de boeg. Spreekt voor zich dat we zeker tijdens die periode extra aandacht moeten besteden aan onze beestjes en doelgericht en versterkend gaan voederen. Doen we dit niet, dan zullen onze kweekvogels mogelijks verzwakt uit de ruiperiode komen, met alle mogelijke gevolgen van dien voor het volgende kweekseizoen.
    4.1 Voeding tijdens de ruiperiode
    De ruiperiode is dus een heel cruciale periode voor onze kweekvogels. Wij geven tijdens deze periode het volgende.
    De basisvoeding is een goeie rui-mengeling, onkruidzaden en grit. Daarnaast geven we tevens een aanvullende samenstelling die er moet voor zorgen dat het energieniveau tijdens deze zware periode op peil blijft. Deze bestaat onder andere uit krachtvoer en vetrijke zaden. Onze dagelijks klaargemaakte hoeveelheid bedraagt ongeveer 100 gram en wordt als volgt bereid. 2 afgestreken soeplepels eivoer kanarie van Cédé. 1/2 soeplepel nutribird c15, 3/4 soeplepel frutti patee van Orlux. 3/4 soeplepel insect patee van Orlux. 1/2 soeplepel diepvries buffalowormen. 1 afgestreken soeplepel diepvrieserwten. 3/4 soeplepel gepelde zonnebloempitten, 3/4 soeplepel lijnzaad en 1 bolvolle soeplepel onkruidzaden. Tevens wordt ofwel het vitaminepreparaat Mutavit (1 gr) ofwel Omnivit (1 gr) toegevoegd. Op maandag, woensdag en vrijdag is dat Mutavit en op de andere dagen van de week is dat Omnivit.
    Deze dagelijkse portie van circa 100 gram wordt aangeboden aan circa 25 vogels in totaal. Per vogel betreft het hier dus een eerder beperkte hoeveelheid per dag. Iedere dag van de ruiperiode wordt dit voorzien. Wat niet op is van de dag ervoor, wordt telkens verwijderd en vervangen door een versie portie. Met dit voedingsschema komen onze vogels alvast gezond en wel door de rui.
    Mutavit versus Omnivit
    Mutavit is tevens zoals Omnivit een multivitaminen-preparaat dat de algemene conditie bevordert. Mutavit bevat echter een hoger gehalte aan zwavelhoudende aminozuren en biotine. Deze stoffen zijn heel belangrijk tijdens de rui. Ze bevorderen namelijk de vederopbouw en bezorgen zo onze vogels een mooi en stevig verenkleed.
    4.2 Voeding tijdens de rustperiode
    Eenmaal de rui volledig voorbij, komen de vogels in de zogenaamde rustperiode. Het moeilijkste en zwaarste deel van het jaar is op dat moment achter de rug. Vanaf dan is het eerder uitbollen en toeleven naar het volgende kweekseizoen. Tijdens de rustperiode wordt tijdelijk overgeschakeld op wintermengeling en wordt de bovenvermelde bijvoeding (van tijdens de rui) afgebouwd tot nog slechts 1 x per week. Tevens wordt aan de verstrekte bijvoeding enkel nog Omnivit toegevoegd en geen Mutavit meer.
    Vanaf half december wordt beetje bij beetje de wintermengeling in fases afgebouwd. Dit doen we door geleidelijke aan (en steeds meer en meer) zomermengeling (speelmengeling) toe te voegen aan de wintermengeling. De kweekvogels mogen namelijk ook niet te vet en te zwaar aan de startlijn van het nakende kweekseizoen komen, vandaar dit geleidelijk afbouwen naar zomermengeling toe. Tegen begin februari staan ze dan reeds volledig op zomermengeling. Kort daarna wordt dan gestart met het ‘voor de kweek’-aangepaste voedingsschema.
    4.3 Voeding tijdens de kweekperiode
    De basisvoeding tijdens de kweekperiode bestaat zoals hierboven reeds vermeld, uit zomermengeling. Bij ons is dit de speelmengeling ‘konkoersvinken triumph’ van Versele-laga. Wij maken dus wat dit betreft geen onderscheid tussen onze kweekvogels en onze speelvogels. Daarnaast geven we ook zoals tijdens de andere periodes van het jaar, onbeperkt onkruidzaden en vogelgrit.
    6/14
    De aanvullende voeding tijdens de kweekperiode
    Zoals we dit tevens toen tijdens de ruiperiode, geven we ook tijdens de kweekperiode een aangepaste samenstelling van aanvullend voer. Nu natuurlijk wel specifiek gericht op het bevorderen en optimaliseren van de kweek. In deze periode moeten we onder andere zorgen voor een ‘boost’ van eiwitten en calcium. Zaken die heel belangrijk zijn tijdens de kweekperiode. Dit niet alleen voor de oudervogels, maar zeker ook voor de jongen. Het is nu eenmaal de bedoeling dat we gezonde, sterke jongen kweken en zoals ‘Rik Tanghe’ recent nog schreef in zijn artikel “Over vinkeneitjes…”, hebben we dit als kweker voor een groot deel zelf in de hand. Onze kweekvogels en ook de jongen kunnen maar binnenkrijgen hetgeen wij hen, als kweker, aanbieden. Om gezonde en sterke jongen te kweken, is een goede uitgebalanceerde voeding tijdens de kweek dan ook primordiaal.
    Ons dagelijks klaargemaakte portie bijvoeding tijdens de kweekperiode bedraagt ongeveer 100 gram en wordt als volgt bereid. Het basiselement van het geheel zijn 2 bol-gevulde soeplepels gekiemd zaad. Dit moet ervoor zorgen dat het geheel wat vochtig en ‘rul’ wordt. Gekiemd zaad is iets dat de vogels gemakkelijk en graag aannemen. En als ze het kiemzaad naar binnenwerken, zullen ze automatisch ook de andere toevoegingen gemakkelijk mee opnemen. Het kiemproces van het kiemzaad beslaat bij ons 36 uur. Namelijk, 12 uur ondergedompeld in water (zie foto), 12 uur laten uitlekken en dan nog 12 uur laten rusten na toevoeging van al de rest van de ingrediënten.
    Volgende zaken worden verder nog toegevoegd aan het gekiemd zaad: 2 bol-gevulde soeplepels droog eivoer inlandse vogels van Orlux, 3/4 soeplepel nutribird pellets c19, 10 ml eiwit90 Pieters speciaal, 5 ml Calci-lux, 0,5 ml Spirulina (5ml per 1000gr), 1 afgestreken soeplepel diepvrieserwten, 1 bol-gevulde soeplepel diepvries buffalowormen en ook nog (afhankelijk van het moment) 1 gr Fertivit of 1 gr Omnivit.
    Voor het gemak van werken mengen we volgende zaken op voorhand op 1kg van het gebruikte droog eivoer. 10 x 10 ml eiwit90. 10 x 5ml Calci-lux. 5 ml Spirulina en 300 gr Nutribird c19. De andere zaken (de diepvries-erwten, de diepvries-buffalo’s en het vitaminepreparaat) voegen we pas toe de dag van het klaarmaken.
    Telkens worden ‘s avonds alle ingrediënten toegevoegd aan het klaargemaakte gekiemd zaad. Het geheel komt in een afgesloten plastieken potje terecht en wordt goed geschud. Pas de volgende ochtend wordt het mengsel aangeboden aan de vogels. Zo kan het kiemproces van de gekiemde zaden nog een nachtje doorgaan en hebben de toegevoegde diepvries-buffalo’s en diepvries-erwten ook voldoende tijd om rustig te ontdooien
    Wanneer Fertivit en wanneer Omnivit
    Zoals reeds vermeld, wordt aan de klaargemaakte bijvoeding tevens een multivitaminen-preparaat toegevoegd.
    Om de kweek op gang te trekken (eind februari, maart en begin april) gebruiken we hiervoor steeds “Fertivit” en vanaf het ogenblik dat de poppen beginnen te leggen, schakelen we over op “Omnivit”. De samenstelling van “Fertivit” en “Omnivit” is zo goed als identiek. Het enige grote verschil is, dat ‘Fertivit’ een sterk verhoogde concentratie ‘vitamine E’ bevat. En het is juist die vitamine E die belangrijk is om de kweekpoppen op gang te krijgen. Vitamine E bevordert namelijk de geslachtsdrift en de vruchtbaarheid.
    Ongeveer 100 gram voor 4 kweekpoppen en 2 kweekmannen
    7/14
    Alle ingrediënten tezamen bedraagt onze dagelijks gemaakte samenstelling ongeveer 100 gram. Dit verdelen we onder de 4 kweekpoppen (en hun jongen) en de 2 kweekmannen. Eénmaal er afgezonderde jongen zijn drijven we de dagelijks aangemaakte hoeveelheid (naar verhouding van het aantal zelfstandige jongen) op. Ook de afgezonderde jongen blijven deze bijvoeding namelijk verder krijgen om zo een optimale groei te garanderen.
    Dagelijks een versie portie
    Door de aanwezigheid van vochtig gekiemd zaad in de samenstelling, laten we de verschafte portie nooit langer dan 24 uur staan. Wat niet op is van de vorige dag, wordt telkens verwijderd en vervangen door een vers-klaargemaakte portie.
    Wanneer starten met de bijvoeding?
    Half februari starten we met deze aanvullende voeding. In het begin aan een ritme van 3 maal per week en vanaf begin maart reeds dagelijks. Dit gaat zo door tot een eind van het kweekseizoen. Vanaf de kweekvogels in de rui gaan, schakelen we dan over op het eerder besproken ‘ruiperiode’-voedingsschema.
    Kiemzaad-vervanger ‘Perle Morbide’
    Niettegenstaande de jarenlange goeie ervaringen met kiemzaad, ben ik toch van plan om volgend kweekseizoen over te schakelen op de kiemzaadvervanger ‘Perle morbide’. ‘Perle morbide’ zorgt er eveneens voor (zoals gekiemd zaad) dat de verschafte samenstelling vochtig en “rul” wordt. ‘Perle morbide’ is wat het klaarmaken betreft, minder arbeidsintensief. Tevens wordt het blijkbaar (net als gekiemd zaad) ook heel goed aangenomen door de meeste kweekvogels. Ook is het minder schimmelgevoelig. Ik ga het er dan ook op wagen om na 18 succesvolle ‘kiemzaad’-jaren over de schakelen op die ‘Perle Morbide’-korreltjes. We zien wel wat het wordt. Ik zal jullie alvast na het volgend kweekseizoen laten weten hoe deze overgang verlopen is.
    Levende buffalowormen
    Als er jongen zijn wordt de reeds verschafte basis- en bijvoeding nog verder aangevuld met levende buffalowormen. Om deze buffalowormen in goeie conditie te houden en hun voedingswaarde te optimaliseren, voorzien we hen tevens van voedsel. Bij ons krijgen de buffalowormen ‘droog eivoer kanarie van Cédé’ aangevuld met ‘Nutribird-pellets C19’. Naast de hoge voedingswaarde hebben beide producten tevens een aangename zoete geur. Tevens worden er om de 2 dagen wat fijngesneden schijfjes appel gegeven. Telkens wordt een volledige appel verdeelt over circa 2 liter buffalowormen. De buffalowormen krijgen dus zowel droog als vochtig voer. Al wat ze binnenspelen zal uiteindelijk tevens de jongen ten goede komen!! Overdrijf zeker niet met de hoeveelheid vochtig voer (de appelschijfjes in ons geval), anders bestaat het gevaar dat het geheel een plakboel wordt, wat de houdbaarheid zeker niet ten goede komt. Ter bewaring, worden de buffalowormen ondergebracht in insectboxen. Deze zijn onderaan voorzien van een fijn gaas dat ervoor zorgt dat de ontlasting van de wormen erdoor kan vallen. Zo blijven de wormen mooi zuiver en moeten ze niet in hun eigen ontlasting vertoeven. Heel belangrijk is dat het gaas onderaan de insectboxen niet verstopt geraakt. Om dit te vermijden zet ik de insectboxen op kleine afstandshoudertjes van circa 2 cm. Ik gebruik hiervoor eindmoffen van pvc-buizen van 3/4.
    Regelmatig de doorgevallen ontlasting van de wormen verwijderen uit de opvangschaal is natuurlijk wel nog altijd van doen, maar door de extra afstandshoudertjes duurt het net iets langer vooraleer de limiet bereikt is en moeten we dit karwei dus minder frequent herhalen. We doen maximum 1/2 liter wormen in één insect-box. We hebben er een 4-tal in gebruik. Zo kunnen we dus makkelijk tot 2 liter buffalowormen stockeren. In vol kweekseizoen is die 2 liter voldoende om 1 a 2 weken te overbruggen.
    Deze insectboxen worden in houten bakken geplaatst met daar bovenop een doorzichtige plastieken plaat. De temperatuur in deze houten bakken wordt op circa 16 a 17 graden gehouden. Dit gebeurt met behulp van 4 kleine klassieke gloeilampkes van 25 watt en een ingebouwde kamerthermostaat.
    8/14
    Slecht-ruikende buffalo’s op de mesthoop
    Met dit systeem van werken (voldoende voedsel geven en alles op een constante temperatuur van 16 à 17 graden houden), blijven de buffalowormen zeker 2 à 3 weken in topconditie. Als de wormen echter op een bepaald ogenblik toch een onaangename, abnormale geur beginnen te verspreiden, dan zijn ze rijp voor de mesthoop. Zeker deze dan niet meer voorschotelen aan de kweekpoppen, want de kans bestaat dat ze deze zullen weigeren te gebruiken om hun jongen ermee te voederen, met mogelijks sterfte van de jongen als gevolg! Wij hebben dit zelf ooit eens meegemaakt met één van onze beste kweekpoppen. Deze pop bracht altijd al haar jongen perfect op. Op een bepaald moment was de geur van onze buffalowormen niet zo fris meer, maar toch werden deze nog voorgeschoteld. En wat gebeurde er? Die heel goeie pop begon plots haar jongen uit te werpen. Heel raar, want ze had dit nooit eerder gedaan. Omdat ik al direct een vermoeden had dat de ‘slecht-ruikende’ wormen hier iets mee te maken hadden, werden deze in de mesthoop gekieperd en ging ik onmiddellijk een verse lading halen. Bij het verschaffen van de verse wormen zag ik dat de betreffende pop onmiddellijk als een bezetene terug begon te azen. De jongen werden perfect opgebracht en niet meer uitgeworpen. Voor mij was dit toen een overduidelijk signaal. Buffalowormen die slecht beginnen te ruiken gaan onherroepelijk de mesthoop in en worden nooit of te nimmer nog voorgeschoteld.
    Buffalo’s nooit in direct zonlicht plaatsen
    Om de buffalowormen ter beschikking te stellen in de kweekvluchtjes, doen we ze in zelfgemaakte kleine insectboxjes die tevens onderaan voorzien zijn van een fijn gaas en kleine voetjes. Zo blijft daar ook alles proper en vermijd je ook daar dat de buffalowormen zichzelf bevuilen in hun eigen ontlasting.
    Zorg er ook voor dat de buffalowormen nooit in direct zonlicht staan. Als ze het te warm krijgen gaan ze er onherroepelijk onderdoor en mag je ze wegkieperen!
    Diepvries versus levende buffalowormen
    Wij dienen dus zowel levende als diepvries buffalowormen toe! In hoofdzaak voeren de poppen hun jongen met levende buffalowormen. Bij 1 van onze huidige kweekpoppen geven we de eerste 4 levensdagen van de jongen enkel diepvrieswormen. De mensen die mijn artikel van vorig jaar “Hoe mijn slechtste kweekpop mijn beste kweekpop werd” gelezen hebben, zullen weten waarom. Daar dit eerder een uitzondering op de regel is wil ik het er hier in dit naslagwerk niet verder over hebben.
    Reeds enkele jaren geen diepvries-pinkies meer
    Tijdens onze eerste kweekjaren werden tevens ‘diepvries-pinkies’ toegediend. Dit doen we nu al enkele jaren NIET meer. Ooit hadden we een heel bizarre ervaring met die pinkies, vandaar de ommezwaai. Eén van onze poppen uit de periode van toen we nog pinkies gaven, gooide bij iedere ronde steevast enkele jongen uit het nest als die 2 a 3 dagen oud waren. Gevolg was, bij die pop altijd kleine nestjes van slechts 1 of 2 jongen. Wat me opviel bij die pop was, dat ik op haar voederplankje nooit witte “vellekes” zag liggen, terwijl ik die wel zag liggen bij mijn andere kweekpoppen. Normale poppen ontdoen de pinkies blijkbaar van hun huid (vel) vooraleer deze te geven aan hun jongen. Die ene (speciale) pop deed dit blijkbaar niet. Vanaf het ogenblik dat ik die pop geen diepvries-pinkies meer verschafte, overleefden haar jongen allemaal en hadden we steevast van die pop grote, volle nesten. Vanaf dat ogenblik zijn we dan ook gestopt met het toedienen van pinkies. Dat is ondertussen zeker al meer dan 10 jaar geleden. Ik ben er echter wel van overtuigd dat pinkies zeker hun waarde hebben bij het kweken van botvinken, maar ik zou ze persoonlijk dan eerder pas geven vanaf het moment dat de jongen een dag of 5 oud zijn om hierboven vermeld bizar probleem te voorkomen. Vanaf een leeftijd van 5 dagen, zal een jong waarschijnlijk ook pinkies, die niet ontdaan zijn van hun ‘velleke’, zonder negatieve gevolgen kunnen verteren.
    Gebroken zaadmengeling
    Vanaf het moment dat er jongen uitvliegen, stellen we tevens gebroken zaad ter beschikking in de kweekboxen. Dit gebroken zaad nemen de jongen gemakkelijk aan. Dit zorgt ervoor dat ze sneller op zaad staan en zo ook sneller kunnen afgezonderd worden. Voor het breken van de zaadmengeling gebruiken we een oude elektrische koffiemolen die ik ooit op een rommelmarkt aan de haak heb kunnen slaan. Het zaad gaat wel maar heel kortstondig in de koffiemolen. Het is namelijk niet de bedoeling dat het tot poeder wordt vermalen! Het moet alleen maar wat gebroken zijn.
    9/14
  5. Het koppelen
    Om de koppeling zo eenvoudig mogelijk te laten verlopen zitten de poppen zoals reeds eerder vermeld in boxen 1, 3, 5 en 7. De tussenliggende boxen worden onder andere gebruikt voor de kweekmannen. Afhankelijk van de situatie plaats ik een kweekman in een aanliggend box van de pop die op dat moment moet gespoord worden. De boxen zijn zoals reeds eerder vermeld, gescheiden met houten wanden, zodat de kweekvogels elkaar niet kunnen zien. Achteraan de houten wanden (ter hoogte van de achterste zitstok) is, zoals reeds eerder vermeldt, een schuifdeurtje voorzien. Dit schuifdeurtje kan gemakkelijk opgetrokken en neergelaten worden via een touwtje dat uitmondt in de gang vooraan de kweekboxen. Dit laat een gemakkelijke, gecontroleerde koppeling toe van de poppen met hun respectievelijke kweekman.
    Wanneer koppelen?
    Het eigenlijk koppelen van de poppen met hun respectievelijke kweekman gebeurt pas als de pop reeds begonnen is met nestbouw. De belangrijkste periode voor een geslaagde bevruchting is 1 à 2 dagen voor het leggen van het eerste ei. Ooit had ik eens een pop die slecht 1 keer had willen paren 2 dagen voor haar eerste ei. Ze legde 5 eieren en alle 5 waren ze bevrucht!! Na de paring wordt de man telkens teruggestuurd naar zijn eigen box, waar hij zich reeds kan voorbereiden voor zijn volgende beurt.
    Hoe kunnen we een geslaagde paring herkennen?
    Telkens je de man tijdens de actie plots hoort grollen en zingen en wat later lichtjes hoort ‘wieten’ en ‘steken’, mag je zeggen dat het weeral eens gelukt is en dat de kans groter en groter wordt dat alle eieren bevrucht zullen zijn. Kijken of er een paring plaats gevonden heeft, hoeft dus helemaal niet. Gewoon op basis van de voortgebrachte geluiden weet je of het al dan niet gelukt is. Met erop te staan kijken zal je zeker de slaagkans niet verhogen, want op dat moment ben je voor het kweekkoppel een storend element. Eerlijk gezegd, we zouden het zelf ook niet zo leuk vinden als er bij dergelijke activiteiten ‘potte-kijkers’ zouden zijn. Dus schuifdeurtje omhoog, je even terugtrekken en op de achtergrond alles goed afluisteren.
    Paring 36 uur voor eerste ei heel belangrijk
    Een pop is meestal maar een paar dagen bereid om zich te laten sporen. Het komt er dus op aan tijdens deze periode er zeker een aantal keren de man bij te laten. Eén maal je het kweekritme van een bepaalde pop kent, is het heel eenvoudig te bepalen op welke dagen dit ongeveer zal zijn. Ik wil nogmaals herhalen dat het belangrijkste ogenblik voor een geslaagde bevruchting ongeveer 36 uur voor het leggen van het eerste ei is! Hou dit dus steeds goed in gedachten.
    Voor het bepalen van het juiste moment kan je gebruik maken van de vroegere kweekverslagen van uw kweekpoppen (meer uitleg over die kweekverslagen volgt verderop in dit naslagwerk). De leg-cyclus kan per kweekpop verschillend zijn. Deze kan variëren van 24 tot 33 dagen. We hebben al poppen gehad die reeds terug eieren leggen voordat de jongen van de voorgaande ronde uitvliegen en we hebben er ook al gehad die pas opnieuw beginnen te leggen als de jongen al een tijdje uitvliegen.
    Laat de poppen maar alleen het werk doen
    Wij hebben ondervonden dat een goede kweekpop perfect in staat is om al het werk alleen op te knappen. Het opbrengen van 5 en zelfs 6 jongen, ondertussen een nieuw nest maken voor de volgende ronde, eieren leggen en broeden is voor een goede kweekpop geen enkel probleem. De kweekmannen bij mij moeten alleen zorgen voor de bevruchting. Voor de rest zitten ze afzonderlijk en hebben ze dus eigenlijk een luilekkerleven.
  6. De broedperiode
    Regelmatig vers badwater
    Het regelmatig verversen van het badwater is voor het welslagen van de kweek ook van primordiaal belang. Op het moment dat er eitjes zijn en de poppen aan het broeden gaan, is het de taak van de poppen om de eitjes voldoende vochtig te houden. Daarvoor moeten de poppen zich op gelijk welk moment altijd kunnen baden. Op deze manier kunnen ze het vochtgehalte van de eitjes op peil houden. Zeker op het moment dat de jongen bijna moeten uitpikken is het vochtig houden van de eitjes zeer belangrijk!! Dus zeker de dagen voor het uitpikken, zoveel mogelijk het badwater verversen om de pop aan te moedigen zich te baden! De jongen zullen bij voldoende vochtige eierschalen gemakkelijk en sneller uit het ei geraken. Als de eierschaal daarentegen te droog is, zal het uitpikken veel moeizamer verlopen en eist dat veel meer energie van het piepkleine jong, met als mogelijks gevolg, uitputting en sterfte.
    Het schouwen van de eitjes
    Een mens is nu eenmaal een nieuwsgierig wezen. Het is dan ook altijd leuk om tijdens het broeden eens na te gaan hoeveel eitjes er bevrucht zijn. Ik ga hiervoor wel nooit de pop van het nest jagen. Ik wacht altijd een moment af dat
    10/14
    de pop even het nest heeft verlaten. Onder het motto ‘niet zien is niet weten’, laat ik de pop alvast even in de naburige box via het schuifdeurtje. Om de eitjes te schouwen gebruik ik een hiervoor geschikt schouwlampje. Een dergelijk schouwlampje is in de meeste vogelhandelszaken te verkrijgen. Voordeel van zo’n lampje is, dat je de eitjes heel snel kan controleren zonder deze te moeten aanraken of uit het nest te moeten nemen. Hou het lampje even boven alle eitjes in het nest en al snel zal je weten of er al dan niet bevruchte eitjes tussen zitten. Na 4 a 5 dagen broeden kan je al eens een eerste controle doen. Als je een lichtrode schijn ziet bij het lichten, dan is de kans groot dat er in de betreffende eitjes nieuw leven aan het ontstaan is.
  7. Het ringen
    Op welke leeftijd worden de jongen geringd?
    Het ringen van de jongen begint bij ons altijd op de dag dat het oudste jong van het nest maximum 4 dagen is. Ik heb ondervonden dat als je langer wacht, de pootjes dikwijls al te dik zijn en het ringen sterk bemoeilijkt wordt. Daar ik geen eieren raap en de natuur zijn hang laat gaan, is het zo dat bij grotere nesten van 4, 5 of 6 jongen, het meestal niet lukt om alle jongen op hetzelfde moment te ringen.
    Wat doe ik met de ringen?
    De ringen worden volledig gekleurd met zwarte alcoholstift. Dit zwartmaken gebeurt minimum 4 dagen op voorhand zodat de reuk van de alcohol en van de inkt op de dag van het ringen zeker verdwenen is. Eigenlijk kleuren we reeds al onze ringen zodra we deze in ons bezit hebben. Zo is de geur van de alcohol en de inkt zeker verdwenen op het moment dat we ze nodig hebben.
    Op welk tijdstip van de dag?
    Het ringen doe ik meestal ’s avonds. Ik wacht een moment af dat de pop het nest heeft verlaten. De pop van het nest jagen probeer ik te vermijden. Dit vraagt soms wel wat geduld.
    Niet zien … is niet weten!
    Vooraleer de box binnen te gaan laat ik altijd eerst de kweekpop (via het schuifdeurtje) in een naburige vrije kweek-box. Het schuifdeurtje gaat terug dicht zodat de pop zeker niet kan terugkeren naar haar eigen box tijdens het ringen. De kweekpop mag pas terug in haar eigen box als het ringen voorbij is, het kweekbakje terug op zijn plaats hangt en de jongen al een beetje positie gekozen hebben in het nest!! Op deze manier heeft de pop totaal niet door dat er met haar jongen iets gebeurd is en is de kans veel kleiner dat ze de jongen in de steek zal laten of zal uitwerpen ten gevolge het ringen.
    Vermijd ongekende geurtjes!
    Vooraleer ik de jongen uit het nest neem, wrijf ik altijd eerst mijn handen in met wat eivoer. De reuk van eivoer is voor de pop een gekende geur. Dit zal dan ook terug de kans verkleinen dat de jongen worden uitgeworpen na het ringen.
    Het eigenlijke “ring”-werk …
    Hoe ga ik nu te werk? Ik neem altijd het kweekbakje van de vijs en haal het stenen potje met kokosmandje eruit. Om omvallen te vermijden plaats ik het stenen potje in een passend rechthoekig plastieken doosje. Daarnaast plaats ik nog een 2de stenen potje met kokos mandje om de jongen tijdelijk in te leggen tijdens het ringen. Ik plaatst dit alles op een comfortabele werkhoogte in de kweek-box, zodat ik “relaxed” mijn ding kan doen.
    De jongen worden ‘een voor een’ uit het nest gehaald en geringd. De 3 voorste teentjes worden gebundeld en gestrekt naar voren gebracht. Het achterste teentje wordt naar achteren geduwd. De ring wordt dan over de 3 gebundelde voorste teentjes gedraaid en verder doorgeschoven. Eenmaal voldoende ver over de voorste teentjes, neem ik de topjes van die gebundelde teentjes vast en trek ik zo de ring verder door naar achteren over het knobbeltje en het achterste teentje. Eenmaal de ring erover, trek ik de ring nog even terug om aan te voelen of het pootje voldoende dik is. Als de ring er zonder al te veel weerstand terug kan afgeschoven worden, dan laat ik de ring er af en doe ik de dag daarop een nieuwe poging. Tijdens het ringen worden de jongen ‘een na een’ in het 2de nestpotje gelegd. Pas als de jongen allemaal onder handen genomen zijn, worden ze ‘een voor een’ teruggelegd in het nest. Bij het terugleggen zorg ik ervoor dat de jongen altijd met hun kopje naar de rand van het nest gericht liggen. Tevens leg ik altijd eerst de grootste jongen terug en daarna pas de kleintjes. Dit laatste is vooral van belang als het gaat om grotere nesten van 4, 5 of 6 jongen.
    11/14
  8. Het afzonderen van de jongen
    De jongen worden op een leeftijd van 24 à 25 dagen afgezonderd van hun moeder. Omwille van het feit dat de jongen reeds gewoon zijn van kiemzaad te eten en tevens op een leeftijd van 20 dagen reeds zelfstandig van de gebroken zaadmengeling beginnen te eten, heb ik ondervonden dat jongen op die leeftijd alvast alleen hun plan kunnen trekken. De eerste dag dat ze apart zitten, roepen ze wel nog veel om hulp van hun mama. Maar na een paar uur hebben ze door dat mama niet meer komt en gaan ze automatisch zelf op voedseljacht.
  9. Kweekpoppen paringsrijp krijgen
    Laat de poppen veel zang horen
    Belangrijk om de poppen kweekrijp te krijgen is natuurlijk zoals reeds eerder vermeld, de eiwitrijke voeding. Naast de factor “voeding”, zal het regelmatig horen van vinkenzang tevens een zeer positieve invloed heeft op het kweekrijp komen van de poppen. Zorg er dus voor dat de poppen veel zang horen. Doordat de kweekboxen bij ons gescheiden zijn met houten scheidingswanden kunnen de kweekpoppen en de kweekmannen elkaar niet zien. Ze kunnen elkaar echter wel horen. Doordat de mannen de poppen niet zien, zullen ze geneigd zijn meer te zingen (om zo de popjes te kunnen veroveren). Moesten de kweekmannen zelf toch niet al te veel zingen, plaats dan desnoods een paar luidsprekers in de kweekruimte en laat regelmatig via een mediaspeler (tablet, cd, …) vinkenzang horen. Dit komt trouwens ook de zangopleiding van de jongen ten goede.
    Vermijd terugval bij duistere periodes
    Onze volière met daarin de kweekvluchtjes is bovenaan volledig overdekt met ‘NIET-lichtdoorlatende’ platen. We hebben dan ook alleen lichtinval via de voorkant. Tijdens de dagen dat het wat minder goed weer is, kan het dan ook binnenin soms redelijk duister zijn. Om tijdens die donkere dagen een terugval van de kweekdrift te vermijden, werken we sedert een paar jaar met een bijlichtsysteem in onze kweekruimte.
    Hoe gaan we te werk voor het bijlichten?
    In iedere kweek-box hebben we een stopcontact voorzien. Al deze stopcontacten worden gemeenschappelijk gevoed vanuit het aanliggend tuinhuis. Op elk van deze stopcontacten wordt een ‘dimbare’ ledlamp van 10 Watt aangesloten (ter info: een 10 watt ledlamp geeft evenveel licht als een 60 watt klassieke gloeilamp). De lichtkleur van de gebruikte ledlamp is 6500 Kelvin. Dit type licht (6500K) wordt ook wel eens daglicht of koud licht genoemd en kan het best vergeleken worden met de lichtkleur van de zon op middagsterkte. Vandaar ook de benaming daglicht.
    Via een digitale tijdschakelaar gecombineerd met een “zachte-start-stop”- dimmer (afgeregeld op een start- en stoptijd van 30 minuten) wordt de verlichting aangestuurd. Om de start- en stoptijden te bepalen heb ik een kalender opgesteld (in tabelvorm) met daarop per dag het tijdstip dat de zon opkomt en het tijdstip dat de zon ondergaat. Deze informatie kan je gemakkelijk terugvinden op het internet of ook op de welgekende druivelaar-kalender. Met deze tabel weet ik op ieder moment de exacte lengte van de dag en kan ik gemakkelijk de tijdsklok correct instellen. Om de 7 dagen stel ik mijn klok bij en stel ik ze in op de tijdstippen van de huidige dag + 7 dagen. Op deze manier loopt het systeem nooit achter.
    12/14
    Het aantal lichturen in de kweekboxen komt dus altijd overeen met de daglengte op dat moment. Forceren doen we dus niet. We proberen alleen de zon na te bootsen, om zo te vermijden dat tijdens donkere dagen de poppen een drift-terugval zouden krijgen.
    Poppen blijven gans de dag actief
    Het voordeel van dit systeem is dat de kweekpoppen altijd zeker en vast de werkelijke daglengte actief zijn, ook al is het eens een duistere periode ten gevolge van slechte weersomstandigheden. De poppen komen met dit systeem gemakkelijker op drift en blijven dit tevens. Het feit dat de kweekpoppen gans de dag actief zijn, heeft tevens zijn weerslag op het groeien van de jongen. Een pop in beweging zorgt ervoor dat de jongen sperren en dus tevens gevoed worden. Een pop die reeds een uur voor het einde van de werkelijke dag denkt dat de dag reeds voorbij is, zal de jongen dus ook minder lang voeden.
    Ik start het bijlichten begin maart en dit gaat door tot het einde van het kweekseizoen.
  10. Bijhouden kweekgegevens
    Persoonlijk vind ik het bijhouden van kweekgegevens van iedere kweekpop heel belangrijk. Dat laat toe om alles beter onder controle te hebben. Indien je verschillende kweekseizoenen na elkaar telkens weer met dezelfde poppen werkt, zullen de genoteerde gegevens heel nuttig zijn. Iedere pop heeft namelijk haar eigen kweekritme en legcyclus en deze komt jaarlijks steevast terug.
    De kweekverslagen die ik maak per pop bevatten onder andere gegevens omtrent het koppelen, de nestopbouw, het paren, het leggen, het broeden, het uitpikken, het ringen, het uitvliegen van de jongen, het afzonderen van de jongen en de geslachtsbepaling van de jongen. Zo heb ik altijd in één oogopslag, per jaar, een volledig beeld van iedere kweekpop. Deze info zal, zoals reeds eerder beschreven, heel nuttig zijn om bijvoorbeeld te bepalen wanneer voor een bepaalde pop de man er terug bij moet om te paren. Als je weet wanneer een pop haar eerste ei ongeveer zal leggen, dan weet je ook wanneer ze zeker moet paren.
  11. Rasvogels kweken
    Kweken met een goede man wil niet meteen zeggen dat de jongen daarvan goede kampers zullen zijn. De gebruikte pop heeft namelijk evenveel in de pap te brokken. Om de kans te vergroten dat de kwekelingen goede speelvogels worden, moeten dus zowel de gebruikte kweekman als de ingezette kweekpop voldoen aan alle eigenschappen van een karaktervogel met kamplust. Dit vaststaand feit hou ik constant in gedachten.
    Van een man weet men vrij snel wat zijn eigenschappen zijn door hem te proberen in de ‘reke’. Van een pop is dat echter niet zo evident. Hoe gaan we nu te werk om op korte tijd te weten te komen of een pop al dan niet goede eigenschappen bezit? Eén en dezelfde kweekman (die zijn sporen reeds verdiend heeft in de ’reke’) wordt gekoppeld aan verschillende poppen. Het jaar daarop probeer ik zo snel mogelijk te bepalen welke van de jonge mans het best reageren op vreemde zang. Eénmaal ik dat weet, weet ik tevens welke poppen de beste jongen geven. Alleen met deze poppen kweken we verder. De andere poppen worden niet verder ingeschakeld. Heb geen schrik om poppen die
    13/14
    goed kweken, maar geen sterke kampers afleveren, niet verder te gebruiken! Je moet echt van in het begin selectief te werk gaan, wil je geen jaren en jaren moeten wachten op het verhoopte resultaat. De uiteindelijke bedoeling is om zo meerdere sterke stammen te bekomen, waarvan met een bepaalde zekerheid jaarlijks een aantal bruikbare speelvogels voortkomen. Nogmaals herhalen dat bij deze methode van werken het uitermate belangrijk is dat je van bij het begin zeer selectief te werk gaat en dat je alleen met de lijnen waarvan de jongen goed presteren, verder werkt!
  12. Voorkomen van mijten
    Wie start met de kweek krijgt hoe dan ook ooit wel eens te maken met ongewenst ongedierte zoals mijten. Ook al houden we onze kweekruimte nog zo proper, toch kunnen we niet altijd vermijden dat we hiermee geconfronteerd worden, en dit met alle gevolgen van dien. Zelf hebben wij reeds moeten afrekenen met onder andere volgende boosdoeners: schurftmijt, kalkpoten, vedermijt en bloedluis. Vooral tijdens ons 2de kweekjaar in 2002 liep het goed fout. Toen waren we er ons nog niet echt van bewust dat, als je start met de kweek, er altijd wel wat meer gevaar om de hoek loert. Onder het motto “al doende leert men” en na een bezoek aan de dierenarts, werd toen een actieplan opgesteld om toekomstige nieuwe problemen te voorkomen.
    Behandelen van de kweekruimte
    Het behandelen van de kweekruimte bestaat bij ons uit 2 luiken. Enerzijds het “ontsmetten” en anderzijds het “vernietigen en voorkomen”. Ontsmetten alleen is zeker niet voldoende. We moeten tevens een middel gebruiken die alle mogelijke vormen van mijten en luizen vernietigd en tevens een langdurige werking heeft ter voorkoming van deze vervelende beestjes. Voor het ontsmetten gebruiken we Dettol. Dit is een product dat tevens in de ziekenhuizen wordt gebruikt en verkrijgbaar is in iedere apotheek. De Dettol wordt, volgens de voorgeschreven verhouding, toegevoegd aan het water dat we gebruiken om de kweekvluchtjes 2 x per jaar een poetsbeurt te geven.
    Voor de bestrijding en het voorkomen, gebruikten we vroeger (in de beginjaren als kweker) het product Océpou. Daar Océpou volgens uitgevoerde studies, kankerverwekkend bleek te zijn, werd het dan ook reeds vele jaren geleden uit de handel genomen. Ter vervanging (en op aanraden van onze dierenarts) gebruiken we momenteel ‘Effipro’-spray van Virbac. Daar dit product echter nogal prijzig is, vernevel ik het niet meer in gans de kweekruimte, maar enkel nog op de uiteinden van de zitstokken en tevens op en rond de nestbakjes.
    Tweemaal per jaar worden de kweekboxen ontsmet en tevens behandeld met het bestrijdingsproduct, zoals hierboven beschreven. De eerste keer is dat juist voor de kweek (half februari) en de tweede keer is dit juist na de kweek (half september).
    Behandeling van de vogels zelf
    Naast het behandelen van de kweekruimte, passen we ook jaarlijks een proactieve behandeling toe op de kweekvogels. Hiervoor gebruiken we Ivermectine. Dit is een zeer doeltreffend product tegen allerhande soorten parasitaire mijten, zoals schurftmijt, luchtpijpmijt, vedermijt en kalkpoten. Tevens is het doeltreffende tegen bloedluizen en ook tegen de meeste soorten darmwormen. Ivermectine wordt tevens gebruikt voor de behandeling van koeien en schapen. In voldoende verdunde mate kan het echter ook voor onze gevleugelde vrienden gebruikt worden. Het product moet dus zeker in de juiste verhoudingen aangemaakt worden. Het is dan ook ten zeerste aangeraden zich hiervoor te wenden tot een ‘in vogels gespecialiseerde’ dierenarts. Voor een paar EURO heb je reeds voldoende van het product voor het behandelen van heel wat vogels. De toediening gebeurt door verschillende keren (tussentijd variërend van 1 tot 2 weken) telkens één druppel aan te brengen op de naakte huid van de vogel. De plaats op de huid, waar ik het toedien, is in het kuiltje tussen vleugel en hals. Op deze plaats kan je gemakkelijk de pluimpjes opzij duwen door de kop en de vleugel van de vogel met uw vingers naar beneden te drukken. Eénmaal de pluimpjes opzij geduwd, kan je op de plaats van de kuil gemakkelijk een druppel van de vloeistof laten vallen. Op de betreffende plaats zie je duidelijk een slagader lopen.
    Een goede samenstelling bevat tevens alcohol. Door deze toegevoegde alcohol loopt de aangebrachte druppel onmiddellijk open en trekt deze ook gemakkelijk door de huid in de onderliggende bloedvaten. Bij het aanbrengen moet de vloeistof zich onmiddellijk verspreiden en moeten tevens de grote slagader en de omgevende kleine aders donkerrood kleuren. Is dit niet het geval dan is de gebruikte
    14/14
    samenstelling niet op de juiste wijze aangemaakt en kan je beter bij een gespecialiseerd dierenarts gaan om het product wel op de correcte manier te laten aanmaken!
    Voor wat betreft de wijze van toedienen, maken we wel een onderscheid tussen een preventieve behandeling en een genezende behandeling.
    Preventieve behandeling
    De preventieve behandeling is een behandeling die ik jaarlijks doe, ook al vertoont de vogel geen kenmerken van besmetting. Deze preventieve behandeling bestaat erin om de vogel 2 maal, dit met een tussentijd van 2 weken telkens 1 druppel toe te dienen. Ik doe dit kort na de ruiperiode (periode oktober – november).
    Genezende behandeling
    Indien men echter op een bepaald moment een vogel heeft die de kenmerken van een besmetting vertoont, moet er natuurlijk onmiddellijk ingegrepen worden en ditmaal met een genezende behandeling. Deze genezende behandeling bestaat erin om 5 opeenvolgende weken, telkens één druppel toe te dienen.
    Slotwoord
    Zo beste vrienden-vinkeniers, ik denk dat de voornaamste aspecten omtrent onze kweekmethode aan bod gekomen zijn. Misschien kunnen jullie er hier en daar wel een ideetje uitpikken en jullie eigen manier van werken, er een beetje mee bijsturen. Blijft natuurlijk zo, en ik blijf het maar herhalen, dat vinken kweken geen exacte wetenschap is. Zelfs voor ons, met onze 18 jaar ervaring, blijft het ieder jaar opnieuw terug een uitdaging. Wel ben ik ervan overtuigd dat we zeker en vast zelf wat impact kunnen hebben op het al dan niet welslagen van de kweek. Ons kweekvogels moeten het natuurlijk wel nog altijd zelf doen, maar wij kunnen er alvast voor zorgen dat ze er meer goesting in krijgen en er volledig voor gaan. Hierbij nog eens een korte opsomming van de basisregels die in onze manier van kweken verwerkt zitten. (1) De kweekvogels worden in perfecte conditie aan de startlijn gebracht. (2) Tijdens de kweekperiode krijgen ze een eiwitrijke voeding waardoor hun zin op ‘gezinsuitbreiding’ wordt aangewakkerd. (3) Er wordt een comfortabele huisvestiging voorzien waarin ze zonder al te veel stress hun ding kunnen doen. (4) We zorgen ervoor dat altijd proper badwater aanwezig is. (5) We overdrijven nooit met het aantal ingezette kweekpoppen. We steken niet al ons boxen vol, maar voorzien vrije speelruimte. (6) We voorzien gemakkelijk te manipuleren schuifdeurtjes ter hoogte van de achterste zitstok. (7) We zorgen voor voldoende lichtinval in de kweekruimte. We lichten hiervoor kunstmatig bij en gebruiken lampen met daglicht-kleur (6500k). (8) We zorgen ervoor dat de kweekvogels elkaar niet kunnen zien. (9) We zorgen er tevens voor dat de poppen veel zang horen. (10) We proberen ongedierte zoals mijten te voorkomen.
    Door het opnemen van deze verschillende aandachtspunten in onze kweekmethode, werden wij de voorbije jaren reeds vele malen beloond door onze kweekpoppen! Slechts 1 kweekseizoen op de 18 lukte het niet. Ik durf dan ook te stellen dat de slaagkans bij deze manier van werken groot is. Een aantal vrienden-vinkeniers namen reeds onderdelen van ons systeem over, met mooie kweekresultaten als gevolg. Mijn grootste wens is dat iedere vinkenier er zelf kan in slagen om jaarlijks zijn gerief te kweken. Niets schenkt namelijk meer voldoening dan als je met een ‘zelfgekweekt’-vogeltje naar de ‘reke’ kan trekken en je op die manier uw prijsje kan spelen!
    Alvast aan iedereen een goed kweek- en speelseizoen toegewenst. En hopelijk blijven we ditmaal gespaard van die extreem hoge temperaturen en krijgen we ook niet opnieuw te maken met die vervelende ‘pseudo-vogelpest’-toestanden.
    Voor de mensen die bijkomende vragen hebben omtrent dit naslagwerk of graag een ‘uitprintbare’ versie ontvangen, hierbij nog even mijn e-mailadres: philip.vancauwenberghe@skynet.be
    Philip Vancauwenberghe

zetting 2018 jordi

 Foto André Marlier

De jaarlijkse Grote Prijs Jordi Vanhouteghem, georganiseerd door vinkenmaatschappij De Blauwbekken, mocht 135 vinkeniers ontvangen in clublokaal Handelshuis. Winnaar van deze zevende editie werd Juri De Nys uit Beveren/Waas met vink Iolas, die 758 liedjes liet horen. Hij haalde het van Abel De Vogelaere uit Bachte-Maria-Leerne en Waregemnaar Ruben De Praetere. De top drie van vinkeniers uit de fusiegemeente Kruishoutem zelf bestond uit Ronald Carrette, Gerard De Rijcke en Eric Cozijns. Voorzitster Annie De Poorter leidt De Blauwbekken.

artikel van zetting 5 mei 2018

Dirk Notte laat met “Boerie” 165 vinkeniers achter zich

Foto André Marlier

De 22e editie van de grote prijs Geert Vandenhende lokte 166 vinkeniers naar lokaal Handelshuis. Deze organisatie, in samenwerking met “De Blauwbekken”, werd gewonnen door Dirk Notte uit Bevere/Oudenaarde met vink “Boerie” die 770 liedjes liet horen. Hij haalde het van Diego Maheur uit Zingem met “Raptor”(688), Waregemnaar Wim Decantere met “Zora”(650), Diego Maheur met “Vormer”(600) en Danny De Bock uit Oudenaarde met “Bo”(592). Eerste Nokeraar werd Carlos Van Wontergem die achtste eindigde.

 

artikel december 2017-januari 2018

Beste vrienden vinkeniers,

 

als we eens achterom kijken in het jaar 2017 kunnen we bij de blauwbekken op een zeer geslaagd seizoen terugblikken.

een seizoen waar mooie getallen zijn gespeeld

een seizoen waarbij sommige vogels het eens lieten afweten en waar andere dan overschrokken verder boerden op hun getrouwe elan.

menig liefhebbers heb ik tevreden huiswaarts zien keren en als hun vinkje hun in de steek had gelaten konden ze toch nog altijd met een bloemetje huiswaarts keren.

een bloem fleurt iedereen op en het is ook tevens het symbool van de vinkensport , dit zou overal zo moeten zijn.

in 2017 hadden we een gemiddelde van 81 vogels op de zettingen!

hier mogen we ook over een zeer geslaagde opkomst spreken.

de grote zettingen waarop 100 en soms 150 vogels aanwezig waren en de gemiddelde zondagen en zaterdag toch steeds rond de 60-70 vogels wat ons op een mooi gemiddelde brengt.

Tevens hebben we ook het geluk dat we steeds bij onze lokaalhouders madelon en cecile van het handelshuis terecht kunnen.

Bij vergaderingen of voor zettingen worden we steeds goed ontvangen , waarvoor onze oprechte dank.

Voor  de inschrijving voor volgend seizoen  2018 mochten we terug enkele nieuwe leden verwelkomen!

wat ons zeer tevreden stelt en waaruit we ook kunnen opmaken dat we goed bezig zijn en verder de ingeslagen weg kunnen blijven bewandelen.

Dit wat betreft het voorbije seizoen.

 

Het nieuwe seizoen 2018 loert al om de hoek !

Bij menig liefhebbers worden kooien  nog een laatste keer geinspecteerd en verse kweekelingen worden al geintroduceerd met hun nieuwe woonst alwaar zij de zangen die de liefhebbers ter beschikking hebben  zullen aangeleerd worden.

Nog een tweetal maandjes en dan mogen ook onze speelvogels terug in hun speelkooi ,

Wij starten op 1 april  en dat is geen aprilgrap hoor !

Reikhalzend kijken we er al naar uit en hopelijk mogen we jullie terug talrijk verwelkomen.

 

Fijne kerst en een gelukkig 2018 vol met een goede gezondheid , veel geluk met alles wat je doet en vele mooie momenten met onze vinkjes!

 

Tot gauw!

 

Johan lamon namens de blauwbekken Nokere

 

prijskamp blinde botvinken 1872

Affiche voor prijskamp met blinde vinken in Rousbrugge, 1872 © WESTHOEK verbeeldt, privécollectie

 

Vanaf de achttiende eeuw werd het gebruikelijk om de vinken te verblinden, vanuit de opvatting dat een vink beter zou zingen in het donker. De vinken werden verblind door de oogleden aan elkaar te schroeien met een heet ijzerdraadje. Hoewel de ingreep omkeerbaar was, werd dit zelden gedaan. De blinde vinken werden vervolgens in een open kooi met dubbele tralies gezet, een zogenaamde ‘kattebete’, zodat eigenaars en toeschouwers een goed zicht hadden op de zangvogels, maar rovers zoals katten op afstand konden worden gehouden.

Ondanks groeiende protesten door een toenemende aandacht voor dierenwelzijn, bleef dit gebruik tot in de twintigste eeuw gemeengoed onder de vinkeniers. Pas na de gruwel van de Eerste Wereldoorlog, waarbij veel soldaten door gasaanvallen blind waren geworden, werden de protesten dusdanig groot dat het gebruik op 23 oktober 1921 bij wet werd verboden.

Dezelfde wet dicteerde bovendien dat vinken niet meer gevangen mochten worden om als voedsel te dienen. De enige blinde vink (of ‘vogel zonder kop’) die men daarom nu nog kent, is in de vorm van gekruid gehakt omwikkeld met een dun lapje vlees. Een gelijkaardig recept voor alouettes sans tête (leeuweriken zonder kop) werd al in de achttiende eeuw in de Provence opgetekend, en leek een beetje op een gebakken vogeltje.

In 1924 volgde het verbod op het vervoer van blinde vinken. In 1929 werd het houden van blinde vinken strafbaar gemaakt, wat het definitieve einde van het gebruik betekende. Sindsdien speelt men met gesloten wedstrijdkooitjes, waarin een venster met melkglas wordt gezet. Hierdoor hebben de vinken voldoende licht zonder visueel gestoord te worden.

vinkenklapke opgemaakt in maart + artikel in avibo 2016

vinkenklapke

De dagen beginnen te lengen en de vinkenkooien geraken stilletjes aan terug bewoond.Iedere liefhebber kijkt al rijkhalzend uit naar het nieuwe seizoen.De winter laat nog zijn laatste winterprikken op ons los , dat het maar snel terug lente is.Grote hoop wordt terug  gekoesterd in  opkomende beloften  en bestaande toppers , zullen ze het komend seizoen al dan niet hun favorietenrol waar maken of bevestigen  , wie weet.Dat is net het leuke aan de vinkensport, blijven proberen om toch ooit een topper in je bezit te hebben..Ik kijk er al terug naar uit om met mijn vinkskes terug naar de reke te trekken.Het gezellige nakeuvelen na de zetting tussen pot en pint , daar worden  ook veel eerste gespeeld.

Laat me mezelf even voorstellen , ik ben johan lamon en ben nu al zo een 23jaar bezig met de vinkensport met ups maar vooral veel downs.Het tweede jaar dat ik met de vinken speelde in 94 speelde ik kampioen in onze maatschappij de blauwbekken in  Nokere  met een gemiddelde van om en bij  de 400 liedjes.Zo had ik wat goeie jaren  waar ik af en toe eens een prijsje speelde maar vooral ook veel mindere jaren waar menige blanco regels werden achtergelaten op de zettingen.Toch gaf ik nooit de moed op en af en toe kreeg ik eens een vink van mijn schoonbroer  of van vrienden zodat ik toch af en toe eens een prijsje speelde.Echte toppers heb ik eigenlijk nog niet in mijn bezit gehad.De laatste 3 jaar mag ik eigenlijk niet echt klagen ik heb er een 3 tal die boven de 400 zingen.

Een van die vogels kreeg ik een 4-tal jaar geleden vogel Firmin  van een familiant aan de kant  van mijn vrouw .Een zeer goed vinkenier en een aimabel man die al menige toppers onder zijn hoede heeft gehad.Het eerste jaar dat ik die vogel had zong hij steeds rond de 360-400 liedjes , ik had wel al opgemerkt dat hij met momenten sneller kon zingen.De vogel stond buiten in een bak tussen andere vinken en zong de ganse dag door.Het jaar daarop hadden we verbouwd en kreeg ik een ingeving voor  een mooi plaatsje voor vogel firmin , ik plaatste hem alleen aan de porte-fenetre in de keuken.De eerste malen dat ik er mee ging spelen in april want hij is steeds vroeg aan haalde hij 270 de volgende keer 290 op half uur.Het seizoen vorderde en op een uur haalde hij mooie uitslagen van steeds boven de 500 zelfs 1 maal 619 liedjes .Ik was tevreden van mijn seizoen en ook tevreden dat ik een plaatsje had gevonden waar Firmin toch mooiere getallen haalde.de winter daarop was vogel firmin goed uitgeruid en was het moment terug aangebroken om hem in te kooien.Bij het reinigen en knippen van zijn nageltjes was hij zodanig aan het wrikkelen dat hij zich had losgemaakt en was gaan vliegen , ik moet zeggen het vliegen ging hem nog goed af  tot op het moment dat hij naar de ruit dook en ertegenaan knalde , baf en op de grond… Mijn hart stond stil , ik dacht dat kan niet waar zijn hé , hij zal dood zijn. Hij lag roerloos op de grond maar had wel nog zijn ogen open.  Ik plaatste hem met een klein hartje terug in zijn kooi en ging die dag regelmatig kijken. Het uur erop zat hij al recht op de grond en 2 u later zat hij op zijn stokken.Oef dacht ik dat is nog goed afgelopen. Dat seizoen werd hij dus terug op zijn plaatsje geplaatst in de keuken. Zijn resultaten vielen echter  serieus tegen , haalde amper 400 liedjes en was zijn snelheid kwijt. Die knal met zijn kop tegen de ruit zal er wel voor iets tussen gezeten hebben. Het daaropvolgende  seizoen 2015 startte en Firmin schoot verbazend genoeg terug uit zijn startblokken zoals voorheen.De tweede week van april liet hij al 498 liedjes optekenen. De week nadien deed hij er nog een schepje bovenop 630 liedjes goed voor een tweede plaats. Ik was blij de oude Firmin was terug, zo speelde hij nog verscheidene keren boven de 500. Resultaat tevreden baasje die geregeld met een prijsje naar huis kon keren. Dit jaar is Firmin terug zoals andere jaren op het weekend van valentijn ingekooid en momenteel is het nog wachten tot hij zijn eerste liedjes laat horen. Laat ons hopen dat we weer geregeld een prijsje kunnen spelen , ook ga ik langzaamaan moeten beginnen kijken voor een opvolger  want vogel firmin is van het jaar 2008 en kweekelingen zijn  gemiddeld geen al te lang leven beschoren. Zo heeft iedere liefhebber wel eens een  speciale vink zitten denk ik waar hij bepaalde herinneringen en goede en slechte  ervaringen mee heeft gehad. Nog een goeie maand geduld en dan start het terug kijk er al naar uit. Als vriend  en als vinkenier wens ik iedereen een fantastisch speelseizoen toe.

Johan lamon

in memoriam Roger Wehaege

In memoriam

johan lamon 3-05-2014 018

Roger Van Wehaege

 

In november 2014 verloren wij van de maatschappij De Blauwbekken Nokere een belangrijk persoon. Het bestuur en alle leden waren er echter niet goed van toen wij het nieuws hoorden dat onze secretaris Roger Van Wehaege overleden was op reis in Egypte. Roger was iemand die verschillende functies als secretaris vervulde voor onze  maatschappij De Blauwbekken. Hij gaf het startsein en eindsignaal van onze vinkenzettingen, maakte de prijslijst tijdens de zetting en zorgde dat de bloemen op tijd in het lokaal aanwezig waren. Zelfs tijdens de winter zat Roger niet stil want dan maakte hij de bondskaarten klaar voor het volgend seizoen en bracht alles in orde voor AVIBO. Nu hij er niet meer is weten wij wat voor werk Roger allemaal verrichte voor de maatschappij. Dit jaar is onze eerste zetting op 26 april 2015 in ons lokaal Het Handelshuis-Nokere, het zal ons raar doen. Maar één ding weten we zeker: om 9 uur zullen wij allen eens naar boven kijken en aan Roger denken.

 

 

Jordi vanhouteghem ,

De blauwbekken nokere